Een volle agenda voelt goed, maar druk zijn is niet hetzelfde als verdienen. Twee klussen van €5.000 kunnen totaal verschillend uitpakken: de één levert €2.000 op, de ander kost je netto geld. Wie per klus rekent, ziet het verschil, en offreert de volgende keer beter.
Stap 1: alle directe kosten bij de klus
Materiaal, huur van machines, parkeerkosten, een onderaannemer: hang elke uitgave aan het project waar hij bij hoort. Dit is de basis. Een bon die op de grote hoop verdwijnt, maakt élke klus op papier winstgevender dan hij is.
Stap 2: reken je eigen uren eerlijk mee
De grootste kostenpost op een klus ben jij. Houd je uren per project bij, ook de kleine dingen: de extra rit naar de groothandel, het uitlopen van de oplevering, de offerte-avond. Vermenigvuldig met je interne uurtarief en je ziet wat de klus je werkelijk kostte.
Stap 3: vergeet de indirecte kosten niet
Je bus, verzekeringen, gereedschap, telefoon, software: kosten die niet bij één klus horen, maar wel betaald moeten worden. Een simpele vuistregel is een vast opslagpercentage per gefactureerd uur. Zo draagt elke klus mee aan de vaste lasten.
Stap 4: kijk live, niet achteraf
Winst per klus berekenen als de klus al af is, is leerzaam. Het tijdens de klus zien is winstgevend: je ziet budgetten vollopen en kunt bijsturen vóór het te laat is, met meerwerk bespreekbaar maken bijvoorbeeld.
Wat levert het op?
- Scherpere offertes: je weet wat vergelijkbare klussen je echt kostten.
- Betere keuzes: je herkent welk type werk (en welke opdrachtgever) marge oplevert.
- Rust: geen verrassingen achteraf bij je aangifte of jaarcijfers.